Oorwurm …

Toen ik mijn laatste blogje schreef over de US of A bleef ‘White Rabbit’ van Jefferson Airplane maar nazinderen. Niet … uit … mijn … hoofd … te … krijgen. Unheimisch. Om een of andere reden behandelde ik de klacht alsof het een wondje was. Er kwam een korstje op en ik krabte het er gelijk terug af. En alsof dit nog niet vervelend genoeg was ontdekte ik de versie van ‘Pink’ die ze maakte bij het in première gaan van de film ‘Alice in Wonderland’. Ondertussen draaide mijn brein overuren om te achterhalen wat er aan de basis lag van dit auditief masochisme. Tot ik verkrampte en ik vertwijfeld ‘Paul Kalkbrenner’ & ‘White Rabbit’ typte in het opzoekveld van een gekende zoekmachine. Verbijsterd las ik dat ‘Feed Your Head’ op het album ‘7’ stond. Een remix van het originele ‘White Rabbit’. Vandaar dus en shame on me omdat mijn muntje nooit was gevallen. Op zijn live optreden op Tommorowland was dit zonder twijfel een absoluut hoogtepunt èn het schoot me plots te binnen dat ik me op dit nummer onmogelijk stil kon en kan houden. Geen zicht trouwens. Mijn dansmoves maken wel indruk maar om de verkeerde redenen. Iemand die me niet kent zou me kunnen beschrijven als een voortschrijdende Parkinson patiënt aan dek van een schip dat dwars op de golven ligt bij windkracht 10.

Een ongeluk komt nooit alleen en ik realiseerde me dat ik een ticket had gekocht voor het uitverkochte optreden van Paul Kalkbrenner afgelopen zaterdag in Vorst Nationaal. Onnodig nog verder uit te weiden over het resultaat. Nu is het helemaal naar de spreekwoordelijke filistijnen. Het deuntje zit vrees ik voor altijd vast gekluisterd in mijn hoofd. Feed your head dus …

De foto hieronder is een van de eerste foto’s die ik ooit nam met de Fuji X-Pro2. Nummer 195 om helemaal correct te zijn. Ik nam hem mee voor een testrit naar … Tommorowland. Enjoy!

Het bruggetje? Niet twijfelen. Paul op zijn best en als bonus krijg je er de dansmoves van Florian erbij. Alsof je mij zaterdag bezig zag … Préparez vos mouchoirs!

Tsjauw!

Tjerri

Advertenties

USA road trip – San Francisco (3) – The End …

Aan alle mooie verhalen komt een einde, dus ook aan dit. Laatste dag en nog zoveel te doen, te bezoeken, te bekijken, te besnuffelen, te horen, te …  En toch, tè is nooit goed. Thee daarentegen, of koffie zo u wil, kan er altijd in ’s ochtends. Na het lichtbruine aftreksel te hebben naar binnen geklokt in een typische eettent – zo eentje waar de dienster altijd je koffie komt bijvullen – reden we naar een van de meest gekende plaatsen in San Francisco: Lombard Street. Je kent de buurt uit een van de zovele achtervolgingsscènes die er ooit zijn gedraaid. De romantische dromers komen er aan hun trekken aan het einde van Lombard Street of vanaf Hyde street zo u wil, daar waar de tuintjes deel uitmaken van de straat. Ik was best onder de indruk van de steilte. Spannend om je wagen daar te parkeren. Dit mag je trouwens enkel in dwarsrichting. Je wil niet dromen wat er gebeurt als je handrem het laat afweten. Via Joe Di Maggio Playground ging het naar Coit Tower alwaar je een mooi zicht hebt op de ingang van de baai. Je kan er Alcatraz zien, Treasure Island en ook dè tourist trap of all: Fisherman’s Wharf. Waar we uiteraard ver van weg bleven. Een lokale gids is altijd handig meegenomen en zo troonde Mr. J. ons mee naar het Alamo Square Park (die huizen!) om halt te houden in de meest tot de verbeelding sprekende buurt van San Francisco: Ashbury Haight. De plaats waar de summer of love van 1967 voor de doorbraak van de hippiebeweging zorgde en homeground van de Grateful Dead, Jefferson Airplane en Janis Joplin. En oh boy, het hippie virus houdt er nog altijd huis. Er lopen figuren rond die zo zijn weggeplukt van op de wei van Woodstock. Je verwacht elk moment dat een Jimmy Hendrickx lookalike zijn gitaar in de fik steekt. De walm van weed in de hoofdstraat is voldoende om elke drugshond spontaan een epilepsie aanval te doen krijgen. En terwijl de vier dames hun koopgedrag maar niet onder controle krijgen in de locale thrift shop, hang ik aan de bar in een bruine kroeg en aan de lippen van Mr. J. die mij in geuren en kleuren het verhaal van de summer of love uit de doeken doet. Op de achtergrond bromt Jim Morrison iets over het einde.

We gaan verder doorheen het Golden Gate Park naar de Great Highway om zo naar het Cliff House te rijden. Moet je zeker eens naartoe gaan om iets kleins te bikken en met een biertje weg te spoelen. Er hangt nog steeds de sfeer van de gouden jaren van de Sutro baden. De overblijfselen van deze Sutro Baths, die verloren gingen tijdens een alles verwoestende brand in 1966, zijn een verwijzing naar het rijke verleden van deze stad. En terwijl we de schepen in en uit de baai onder de Golden Gate door zien varen groeit het besef dat het afscheid imminent is. Morgen vliegt de grote zilveren vogel ons terug naar de Zennevallei, terug naar ons lief wit konijntje.

’s Avonds neemt Mr. J. me nog mee naar een jamsessie van een opkomend bandje en waarvan de leden op hem rekenen om hun muziek extra te kruiden. Wat hij daar uit zijn sax tovert is te gek voor woorden. Niet te verwonderen dat die man er al zo’n carrière heeft opzitten. Jammer dat ik niet naar zijn optreden kan de volgende avond. Mrs. Z. zal noodgedwongen de honneurs moeten waarnemen.

Een onrustige nacht is mijn deel en ’s ochtends gaan we voor de laatste maal samen naar de Hairy Armpit Market. Na de traantjes, de eindeloze knuffels en een laatste blik op Mrs. C., Mr. J. en jawel Mrs. Z. – ze blijft nog een tweetal weken ginder alvorens terug te keren – is het nu kunst om het verstand op nul te zetten en de rit uit te zitten. De jetlag nemen we er maar bij. San Francisco, het was me een eer en genoegen. Mrs. C., Mr. M. en Mr. J., the honour, the pleasure, the privilege was ours. Thank you …

Het bruggetje? Wij vlogen terug met de ‘airplane’ dromend van de ‘Summer of love’ en ons ‘wit konijntje’ …

Tsjauw!

Tjerri